Prietpraat groep 1/2 A

maandag 2 september 2013

lachen28

SCHOOLJAAR 2016 – 2017

I.L.: Juf, ze beginnen nu een beetje op te schieten met klaar zijn. ( ze zijn bijna klaar dus )

Iemand brengt een speeltje mee naar school en F.B. zegt : Ach dat is zo’n “Niksnutsding“.

L.v.Z. heeft per ongeluk V.H.  pijn gedaan. De juf zegt tegen hem : Zie je de arm van V ? Waarop L zegt : Maar die zit er toch nog gewoon aan ?

Terwijl L.v.Z. een hand uitknipt, zegt juf : Pas op dat je er geen vinger afknipt, waarop L. zegt : ” Nee, dan kan ik niet meer tot 10 tellen, maar tot 9 !”

S.v.D.: 7vaartsdag ( Hemelvaartsdag )

Een gesprekje met kleuters van deze tijd : Juf : wat doe je op een loungebank ? J.D.: loungen natuurlijk. Juf : Eh…..ja en wat nog meer dan ? I.L : chillen !

M.P.: Als ik een meisje was, wilde ik nooit oorbellen !

S.v.D.: Ik mocht op de stoel van de masseur zitten ( machinist van de trein )

J.D.: “Juf, L zegt iets geks tegen mij “. Juf haalt L erbij waarop L verbaasd zegt : “Ik heb niets geks gezegd”.  J.D.: “Maar je dacht het wel !!!! ”

2 jongetjes in de kring: Vorige week was het lente he! (We hadden mooi weer vorige week)

V.H.: Hij (jongetje naast hem ) liet een gaap ( gaapte ).

V.H.: Ik heb te weinig kleuren ( Mondriaan gebruikte alleen blauw, rood en geel en zwart )

M.P.: Je kan ook vrijwillig zwemmen. (vrij zwemmen)

J.D.: Hamer en spijkeren ( timmeren )

B.B. Wel handig als je gebeten wordt door een haai, dan zie je meteen zijn haaientanden !!! ‘ kleuterlogica`

A.H.: Ik heb mijn hele lichaam onder controle !

A.H.: Een babypop ( engel )

K.B.( groep 4 ) : juf Agnes , zag je die Piet net buiten op het fietspad ? Maar dat was een nepper ! Weet je hoe ik dat weet ? HIJ HAD GEEN ZAK BIJ ZICH !!!!!!!

K.B. ( groep 4 ): Heb je een bandenoppomper ? ( fietspomp )

L.t.H.: Autonieuw ( Oud en nieuw )

I.L.: mosterd ( mos )

M.P.: Als ik zo doe , krijg ik allemaal kippenvelletjes ( kippenvel )

R.O. en S.T.: Jatters ( jutters )

S.v.D.: vriendenbroekje ( vriendenboekje )

I.H. : Mag ik nog 2 augurken ? ( kurken )

In groep 1/2 A wordt een postzegel zo genoemd : postplakker poststickerpostplaatje .

De kleuters moeten het volgende zinnetje afmaken met een rijmwoord : pop – ik ken een leuke … ! F.B.: fietspomp !

J.D.: Ik heb watersap bij me ( ranja )

F.B.: Dit is een overblouse, want hij hangt over mijn hemd !

L.v.Z.: Juf ik heb het vrieskoud ! ( steenkoud )

A.H.: brookstok ( stokbrood )

J.D.: pepermondje ( pepermuntje )

A.H.: een knuppel ( knuffel )

J.D.: Ik ga morgen met papa naar de Springcloud ( Kids Playground )

S.v.D.: Zal ik de handdoek op de droog leggen ? ( verwarming )

S.v.D.: elocine ( ecoline )

J.D.: Mijn flipper ( slipper )

I.H. zit met F.B. in de werkhoek , als ze gepraat horen bij de knutseltafel, en zegt : “Juf, ik word aangeleid!”( afgeleid )

J.D.: Krijgt zijn broek niet omhoog en zegt : “Ik heb het zelf geprobeerd gedaan !” ( geprobeerd )

R.O.: (heeft een kleurplaat in zijn hand) Juf, wil je deze opereren ? (kopiëren)

F.B.: Juf ik ga je helpen, ik ben je stagiaige ! ( stagiaire )

L.v.Z.: Juf wil je mijn papa een app sturen dat ik spring kan touwen ?

J.D.: Ik knoei niet, dat doet mijn beker !

J.D.: Mag ik de slijm ? ( plaksel/ lijm )

Een warrig gesprekje 🙂 : L.v.Z : “Juf is het vandaag morgen ?” Juf A : “Nee, het is vandaag!” L.v.Z.:  “Maar ik ga morgen mijn shirtje maken. ” Juf A : “Ja, dat zei je gisteren, maar het is nu morgen, eh vandaag  eh ……” ( later nog maar even goed uitgelegd )

A.H.: Er ligt een vuursteker op het plein, maar hij is stuk . ( aansteker )

K.M.: Mijn oma en opa wonen op het Binnenhof .

SCHOOLJAAR 2015 – 2016

De juf smeert kinderen in met zonnebrandcrème waarop L.v.Z. zegt : Juf moet ik ook gewassen worden ?

R.O.: Ik kan dubbelen ! ( een dubbele knoop maken van de schoenveters )

L.v.B : ik heb me beschaafd ( geschaafd )

L.v.B: ik heb een sinaspeertje gehad ( sinasprilletje )

V.H.: Ik heb thuis gepluisd ( geplast)

E.O.: Ik krijg kiezen die grote-mensen-tanden zijn !

M.K.: een litteken ( vraagteken )

L.v.B.: Ik moest de borstkruip doen ( borstcrawl bij zwemles )

J.Z.: Juf, kun je me even krullen ? ( een krul zetten in het werkmapje )

R.O.: Ik ben net een schilderaar ( schilder/kunstenaar)

M.P.: een kwastertje ( kwastje )

F.B.: Mijn rits staat op een kiertje ( al een stukje dicht )

T.d.G.: Juf, wil je op mijn schet leppen ? ( op schep letten )

L.v.B.: Stempelen met een augurk ( kurk )

I.H.: prik in de rug ( vingerafdruk )

B.B.: Mijn broer krijgt hoog haar en papa ook ! ( stekeltjes )

S.T.: ik krokelde hem niet hoor ( kreukelde )

S.T.: scheidsslechter ( scheidsrechter )

S.T.: kokker ( kok )

J.Z.: Pizzerialand ( Italië )

F.B.: Papa’s oma is dood gegaan , maar ik heb haar nooit gezien, want ik zat in mama’s buik, zielig he ?

M.K. : bapao ( pauw )

S.v.D.: Mijn papa heet gewoon papa , dat is een makkie toch ?

I.L.: standbeelden ( paspoppen )

Iemand : maatkamer ( paskamer)

J.Z.: hakbak ( wachtbak )

L.v.B.: Ik heb alles schoon gebezemd ! ( geveegd met een bezem )

Juf A : sneeuwschuim ( scheerschuim )

L.v.B.: schuimschuim ( scheerschuim )

D.A.: wantschoenen ( wanten / handschoenen )

M.P.: Gelukkig had ik geen banaan bij me, want anders kon ik mijn brooddoosje niet weg zetten !

A.K.: Meester Rens vraagt aan A : “Zal ik je even helpen” ? A: “Ja, want daar hebben we stagiaires voor toch” ?

M.P.: Zitvogeltje ( zitverhogertje)

D.A.: Dat zijn engels ( engelen )

M.P.: Jij mag mijn plakseltje wel gebruiken ! ( plakselkwastje )

T.B.: Klappa ( kapla )

L.v.B.: Juf vraagt haar : wil je hard vuurwerk of siervuurwerk ? L : hatsjiewerk !

L.v.B.: Ik ga even maten juf ! ( meten)

E.O.: Sommige bomen kunnen gewoon tegen de herfst ( naaldbomen verkleuren niet )

T.d.G.: Juf, we zijn aan het parkeren ! ( picknicken in de hal )

B.B.: een bodyjas ( bodywarmer )

R.O.: Ik heb mijn plakker al opgeruimd hoor (de plakselkwast)

M.K. tegen juf Linda : Ben je geen juf meer van groep 1/2 A ? Ben je nu juf van 1/2 8 ?

Juf A : Een gikje voor de seit ( sikje voor de geit )

R.O.: Dat is een stukjeslaar ( hakselaar )

Iemand ( privacy 😉  : Ik heb al 3 keer geen 1 keer op de trap gezeten ! Goed hè ?

A.K.: Ik heb sneeuwvlokken op brood ( vlokken )

Als de juf tegen D.A. zegt: “goed zo D !”zegt D : “Ik doe alles wat jij zegt juf !” ( ha ha ha ze bestaan nog ! )

I.L.: Dat schoont wel weer in de wasmachine ( dat wordt wel weer schoon )

D.A.: De poster ( postbode )

T.d.G.: Mijn oma en opa wonen ergens anders, bij de zwarte auto !

L.v.B.: De halft ( helft/half)

R.O.: boero ( bureau)

D.A.: Ik ben al heel lang groot !

L.v.B.: een praatmaker ( kletskous )

F.B.: Ik heb een haringbroek aan ( harembroek)

J.Z.: ( na wat regenspetters buiten ): Hebben jullie gel hier , want mijn haar zit zo stom nu !

L.v.B.: Heeft de letter “s” in haar naam en zegt : ik kan die letter “5” ook schrijven !

J.v.d.B.: Juf, dat spel is niet meer beschikbaar op de computer ( ehhhhhh…….een kleuter dus !!!!)

SCHOOLJAAR 2014 – 2015

T.T.: Dat zijn de londen ( lonten)

L.v.B.: De Klierefluiter ( Flierefluiter )

T.T.: Wie heeft mijn lijm afgeplakt ? ( afgepakt )

M.P.: Een lipteken ( litteken )

Iemand: als wij een sterrenschool worden, worden wij dan een ster en gaan we ook naar de hemel ? ( oh help, NEEEEEEEE !!!! )

C.H.: een zwemschildpad ( waterschildpad )

C.H.: We gaan naar de vliegende fluit ( de Flierefluiter )

I.L.: een onderdekker ( onderlegger )

K.B.: een slaapoog ( lui oog )

M.D.: pikpren ( prikpen )

L.v.B.: Juf, ze deed hondekattig tegen mij ! ( erg kattig )

L.v.B.: Octobus ( octopus)

J.Z.: Ga je weleens vishengelen ? ( vissen)

M.D.: de plap en hap apen ( hak en plak apen )

M.K.: Juf, als je 8 wordt, heet je juf 8nes !

M.C.P.: haakwagen ( caravan )

T.L.: de stangetjes van de bril ( pootjes )

A.K.: Koningin Mexica ( Maxima )

L.v.B.: Prinses Alima ( Amalia )

L.D.: Ik ben allergisch voor hooi ( hooikoorts )

T.L.: vliegtuigstation ( vliegveld )

D.A.: een zeepaardpad ( zebrapad )

M.D.: Een ventje zetten ( vinkje )

A.K.: Toen ik geboren was, mocht papa mijn nagels doorknippen ! ( navelstreng )

Onbekend : Het Julianatorenfonds ( Lilianefonds )

M.D.: Kijken we naar het filmpje over Annemaria Koekoek ? ( Maria uit Kenia )

L.v.B.: Juf, als ik groot ben , koop ik net zo’n jas als jij ! ( eh….weet jet zeker L ? 🙂 )

M.D.: een ei laten ( leggen )

K.B.: een ei uitleggen ( leggen )

I.v.d.B.: propsla ( kropsla )

Ivonne : moervleugel ( vleugelmoer )

R.D.: de kleine jonkies ( jongste kleuters)

L.L.: de haker ( schoenlepel )

L.v.B.: we lieten het aan onze collega zien ( de stagiaire )

K.B.: vadertijnsdag ( valentijnsdag )

L.v.B.: Toen ik later klein was, ging ik ook naar de peuters. ( later ? vroeger ? )

T.T.: “Juf, bij lezen moet je toch lezen ?” (Ja, dat klopt zei juf .) “Ik heb alleen maar gekeken naar de letters !!!”

L.v.B.: Juf Mandarijn ( Madelein)

R.D.: kreukel ( krekel)

K.B.: Dat was muziek uit een film voor oudere mensen ( volwassenen)

F.K.: De hak en plapapen ( plakapen )

A.K.: Ik heb sneeuwvlokken op brood ! ( vlokken)

L.v.B.: Bij een oudste kleuter is een tand eruit. L ( net 4 jaar ) zegt tegen juf :”ik laat je volgende week mijn tand zien hoor.” Juf : “waar is die tand dan ?” L: Nog in mijn mond natuurlijk !

M.K.: Juf ik wil mezelf zijn in de huishoek ! ( niet verkleden )

J.Z.: rotslag ( radslag )

K.H.: grassprietjes van de rups ( voelsprietjes )

M.K.: Juf, de wijzer staat op de bovenste klok ! ( staat bovenaan )

L.H.: de 3 herders ( koningen)

B.W.: de hoorns van een rendier ( gewei )

J.Z.: Ik heb een lekkerbroek aan juf ! ( een broek met elastiek )

L.v.B.: Hij zegt, hij zegt, hij….waarop juf vraagt : Wie ? Waarop L zegt : zij !

L.v.B.: Wanneer is de poncho ? ( podeshow )

L.v.A.: Doet zijn vaders pet op voor de podeshow en zegt tegen de juf : Zo ziet een echte man eruit hè juf !

K.B.:( terwijl hij in een speelgoedfolder kijkt ) Dit vind ik vet, maar jammer , het is zo duur en zoveel geld heeft Sinterklaas echt niet !

I.v.d.B.: Op de vraag van de juf of hij al opgeruimd heeft zegt I : Nee, ik ga bij het opruimen wel opruimen !

B.W.: een vliegtuigje met besturing ( afstandsbediening )

M.D.: niet gisteren, maar OVERgisteren mocht ik opblijven (eergisteren)

K.H.: de nieuwe cassiere ( stagiaire )

Juf A.B.: Kiwi ( Piebie )

C.H.: ik moest noesten ! ( niesen/hoesten)

T.v.L.: Wij gaan naar een steenvakantie ! ( in een stenen huisje, dus geen tent )

L.v.A.: Mijn moeder is een werkmoeder, ze werkt dus !

L.v.A.: Juf ik heb zo’n zin in stappen ! ( had nieuwe kleren aan )

L.D.: een wilde eikel ( dus geen tamme kastanje )

M.D.: Als je “ja” zegt, kun je niet meer “nee” zeggen ! ( eh…. )

B.W.: Dit is een open broek . ( een wijde broek )

I.v.d.B.: Ik heb problemen met mijn evengewicht. ( evenwicht )

B.W.: eikelnoten ( hazelnoten )

R.D.: Kijk juf, ik heb een orenknijper!! (oorwurm)

S uit groep 4 : Oh als ik het niet was vergeten , had ik het gedaan !

T.v.L.: Juf weet jij hoe een 5 eruit ziet ? ( eh…..ja dat weet juf )

B.W.: ik wil de baxi ( bakfiets/taxi)

E.O.: Ik heb een auwtje juf ! ( een zeer plekje )

B.W.: de computer is aan het opladeren ( opladen)

I.v.d.B.: Ik weet niet zeker of ik dit alleen aankan juf ! ( knutselwerkje )

F.K.: Ik word 6 jaar op dezelfde dag als dat ik 5 jaar werd.

SCHOOLJAAR  2013 – 2014

B.H.: Palmboe ( klamboe )

T.v.L.: Aapnapen ( na-apen )

B.H.: Iene miene munten, 10 pond grunten ( mutten, grutten )

B.H.:Als ik Pluspunt uit heb, kan ik de rest van mijn leven tekenen !

B.H.: De vvd ( dvd )

B.H.: Mag ik een plakkertje sticken ? ( stickertje plakken )

Juf A,: tuinslippers ( teenslippers )

R.v.L.: bedwandelen ( slaapwandelen )

M.D.: Hij heeft mij gebult ( geslagen ) ( achteraf geen bult gelukkig hoor 😉 )

E.V.: Je moet het tegen je hart doen ( een dekseltje kon niet op een doosje geschoven worden )

V.V.: optreding ( optreden/voorstelling )

Juf A.: Pleuterfeest ( Kleuterplukfeest )

Juf A.: Ranja haar ( oranje haar )

R.v.L.: Langworst ( Langhors )

R.v.L.: Ratjes ( hamsters )

B.H.: De oorlogsman bij Pluk ( de majoor )

B.H.: Een WKhamster met sambal ( sambaballen )

V.V.: Ik heb kattenspek op mijn brood ( katenspek )

E.V.: Een dorstbeker ( drinkbeker )

De ene kleuter tegen de andere : Nu ga je op een speer naar binnen !

Overblijfmoeder S.v.M.: brandweerkast ( kast van de brandslang )

Juf A.: smukkelen ( smullen/smikkelen )

Juf A.: blauwe druifjes ( muisjes ) ( echt goed bezig vandaag hoor 😉 )

V.V.: een zelfproject ( zelfportret )

L.Z.: supporter ( suppoost )

Verbasterde namen : Prinses van Gogh – Pincet van Gogh – Pincent van Gogh

I.v.d.B.: komvast ( kompas )

V.V.: ondergrond ( plattegrond )

I.v.d.B.: Verweggistan ( noem een lievelingsland )

R.v.L.: Apendoorn ( Apeldoorn)

M.D.: Die was aanverkleed ( aangekleed/verkleed )

C.H.: Een jong eendje is een kwaakje !

L.Z.: ik kan bekeren juf ! ( bekers opstapelen )

V.V.: Juf, we waren in een pretland ! ( pretpark )

K.B. knipt een ei uit en juf vraagt : Waarom doe je er zo lang over ? K.B. zegt : Het ei werkt niet mee !

V.V.: De juf van groep 3 was bij het opereerapparaat ( kopieerapparaat )

K.B.: Ik ging ‘m brakken juf ! ( heb ‘m gebroken )

T.L.: Ik ben de grote broer van mijn kleine zusje .

B.W.: Dat is wel een hele sappige vraag juf !

T.L.: Duisterland (Duitsland)

M.D.: bioscoop ( stethoscoop )

L.Z.: watervalk ( zeearend )

B.H.: je hebt ons erin geluisterd juf ! ( ingeluisd )

Juf wijst een oorlel aan en vraagt hoe dat heet : M.D.: flaporen ! V.V.: Oorflappen !

L.Z.: je kunt zien dat de slechtvalk een ei uitlegt ( legt )

B.H.: mamaliefje ( madeliefje )

K.B.: ( wijst de letter m aan en zegt ) Dat is de “ma” van mijn mama, maar die heeft er nog wel 3 letters achteraan !

E.V.: Ik heb een zonnebril bij me, voor als het vanmiddag gaat zonnen ( als de zon gaat schijnen )

R.D.: Zijn opa is overleefd juf ! ( overleden )

M.D.: Ik heb je toch niet opgesloot ? ( opgesloten ) ( in de edralud )

L.Z.: Een duimmeter ( duimstok )

M.D.: ik strokelde ( struikelde )

B.W.: Hoe kunnen we het winkeltje meteren ? ( meten )

B.H.: Niet goedkoop, maar duurkoop  ( duur )

B.H.: een schilderijkunstenaar ( schilder )

F.K.: een zaagman ( timmerman )

V.V. : Op een toren krijg je hoofdenvrees ( hoogtevrees )

C.H.: zalf ( cement )

F.K.: fototoestelling ( fototentoonstelling )

V.V.: stroevendraaier ( schroevendraaier )

L.Z.: een waterhuis ( woonboot )

M.D.: muurbedekking ( behang )

T.v.L.: Een prikje ( punaise )

Juf A.B.: De Ipads zijn op ! ( koffiepads )

B.W.: Ik kan mijn trui niet opvouwen, want ik heb geen mouwen ! ( spencer )

L.G.: Ik wil graag letteren ! ( letters stempelen )

V.V.: Ik heb de code van mijn huis opgeschreven ( huisnummer )

Juf A.B.: Stoere kneuters ( kleuters )

K.B.: Juf, wil je mijn sjaal strikken, want ik zit nog niet op een strikcursus !

I.v.d.B.: Ik noemde Luciano Lucifer juf !

L.G.: de blote koning ( de nieuwe kleren van de keizer )

B.H.: Een narcinth ( narcis/hyacinth)

L.G.: Mag ik het mee naar huis nemen, juf ? ( het scheerschuim van de tafel )

M.D.: juf Agneleine ( Agnes/Anneleine)

L.Z.: zegt tegen de juf bij het naar huis gaan om 15 uur “Zal ik de lampen meteen uitdoen juf, dan kun jij ook naar huis “! ( eh……)

Juf Agnes : ijskimo ( eskimo )

M.D.: Opent een prentenboek en zegt : “Er staan helemaal geen leesdingen in !” ( letters )

B.H.: Juf hij gaat het hoekje om ! ( een kleuter ging achter het muurtje staan )

R.v.L.( als kerstman verkleed) : Veilig kerstfeest ! ( vrolijk kerstfeest )

B.W.: het sorryscherm ( zonnescherm )

T.L.: mos ( os )

R.D. is al helemaal in de kerstsfeer , want vraagt aan de juf : Mag ik het bakje met saus ? ( plakselpotje )

K.B.: Vuurwerkspruitjes ( knalerwtjes )

B.H. en T.L.: Jungle bells ( jingle bells)

K.B.: Wij hebben een kerstboom met een zilveren pruik ! ( piek )

J.v.M.: Autonieuw ( oud en nieuw )

F.K.: Een schakelspelletje ( schaakspel)

Juf A : de lachbak ( de wachtbak )

E.V.: Aftellen en optrekken ( optellen en aftrekken )

L.Z.: Biebertje Blok ( Dieuwertje )

B.W.: Dat is een bastiaan ! ( kalebas )

T.v.L.: Juf Annekleine ( Anneleine )

B.H.: Dieuwertje Blokfluit ( Dieuwertje Blok )

M.CP.: Ik slaap altijd met mijn ogen open, want dan zie ik waar ik ben !

B.H.: een arme mantelaar ( bedelaar bij Sint Maarten )

L.Z.: Ik had een mooie fop gemaakt hè ? ( had je mooi gefopt )

B.H.: Juf ik zit in het volgende level ( klaar met som in pluspuntboekje )

M.D.: Dat is een tikvogel ( specht )

M.C.: deukenootjes ( beukenootjes )

R.v.L.: Ze vervelen mij ( ze zijn vervelend )

M.D.: Zijn al mijn mama’s en papa’s er al ? ( ziet zoveel ouders in de hal zitten )

M.D.: hard lopen op een rollator ( loopband )

M.D.: watercola ( waterpolo )

M.D.: Een pincet ( penseel )

J.v.M.: Een waterschildpad woont in het water en een andere schildpad woont in zijn schild.

M.D.: ik wil de doeikar ( duwkar )

Juf Anneleine: Je mag alles inplakselen ( insmeren met plaksel )

L.Z.: Op mijn beker zit het wachtwoord hoor juf ! ( zijn naam op het knutselwerk)

M.D.: Ik zag een mugpoot ! ( langpootmug )

T.T.: Ik heb een bommiewarmer bij me ( bodywarmer)

V.V.: ik ging stoffer en blikken ( vegen )

K.B.: De kleuters maken golven en moeten daarna een kind in zwemkleding tekenen. K zegt : “Juf, ik maak morgen wel een kindje !”

Juf Agnes: Leg de stoel maar onder je boek ( boek onder de stoel )

L.Z.: Ik moet naar de dokter, dus kan niet kunstcircuiden !

I.v.d.B: Juf, mag ik van tafel af? (klaar met zijn werkje)

E.V.: Dan nemen we toch de snelle weg! (snelweg)

L.Z.: Ik kan zwemmen zonder zijwieltjes ! ( bandjes )

F.K.: Een postvogel ( postduif )

B.W.: Speelt alleen een spel en zegt : Ik heb bijna gewonnen !

J.v.M.: Een kar zonder bak is een lege kar.

L.Z.: Heee  juf, 1 van de Esma’s heeft een zere duim ! ( Tweelingzusje Asli bleek het te zijn )

L.Z.: Dat is een boervrouw ! ( boerin )

T.L.: Ik ben een broertje van mijn zusje.

M.D.: Ik heb de BSO met een T ! ( TSO dus )

I.v.d.B.: Een rugslak ( rugtas)

I.v.d.B.: Juf vraagt : “zie je wat dit is ? “Antwoord van I : “Ik zie het wel, maar ik weet niet wat het is “!

R.D.: Ik ging pijnen ! ( deed me pijn)

L.Z.: ziet Frans de Heus en zegt : “Dat is de meester van de juf !”

L.Z.: Ik zag een stille vlinder.

B.H.: Heb je ‘m al in het feestboek gezet, juf ? ( facebook / website)

L.v.A.: Juf ik kan het andere armgat niet vinden ! ( aankleden na de gymles)

M.D.: Er is een ongeluk gebeurd juf ! Wanneer ? Vandaag eigenlijk, maar dan morgen.

T.v.L: Wil geen sokken aan : Het doet echt niet zeer juf, voel je dat ?

K.H.: Wij gaan opmake-uppen ! ( opmaken/make-up)

L.G.: Ik vind gekleurde kleurtjes zo mooi ! ( nieuwe kleurpotloden)

J.v.M.: Mijn mama komt muizen pluizen ! ( hoofdluiscontrole )

C.H.: In Griekenland aten we een banaan ! ( Grieks eten )

K.H.: Ik was op mijn blote fiets !( waarschijnlijk in badpak ? )

Delen via